Als je de Schoolstraat in Lemelerveld inrijdt, komt de geur van versgebakken brood en koek je tegemoet. “We hebben de buren wel eens gevraagd of ze geen overlast ervaren van de luchten die de hoofdbakkerij produceert, maar veel omwonenden genieten juist van deze geur”, laat Mark van der Most weten.
Een familiebedrijf
In de hoofdbakkerij, midden in een woonwijk, ontmoet ik Mark, de eigenaar van de “Van der Most” bakkerijen. Het lijkt een vreemde plek voor een hoofdbakkerij, want de verkooppunten zitten veelal in het centrum van de dorpen en steden waar zijn 6 vestigingen zitten. Het pand waar de hoofdbakkerij in gevestigd is, was vroeger een supermarkt. Dat verklaart de locatie en de flinke ruimte van het pand waar alle producten van de bakkerijen worden geproduceerd.
“We hebben ondertussen 6 vestigingen waar we onze producten verkopen, 1 hoofdbakkerij en 100 mensen in dienst”, begint Mark, terwijl hij de groei van zijn bedrijf schetst.
De bakkerij is door zijn ouders Marja en Anton van der Most opgericht. Hij nam in 1987 LemBa BV (Lemelerveldse bakkers) over en begon direct aan de uitbreiding van het winkelgedeelte. Het bedrijf groeide 20 jaar rustig verder, tot zoon Mark liet weten het bedrijf voort te willen zetten.
“Mijn ouders werden niet heel enthousiast van het idee dat ik het bedrijf zou overnemen. Ik had een opleiding bouwkunde gedaan en daarna ook een opleiding logistiek en economie. Hoewel er bakkersbloed door mijn aderen stroomde, was ik zelf allesbehalve een bakker. Dat maakte dat mijn ouders een overname niet echt zagen zitten. Ze hadden liever gehad dat ik wat anders zou gaan doen, want ik was geen bakker.”
Maar hier liet Mark het niet bij. Hij zag mogelijkheden tot uitbreiding en presenteerde zijn ouders een volledig uitgewerkt businessplan. Hij beschreef in dit businessplan van 2007 onder andere hoe hij in 10 jaar 6 vestigingen en 1 hoofdbakkerij wilde openen. “Mijn ouders zagen dat ik het er niet bij liet zitten en geven me hun zegen. Het was in de eerste jaren allemaal geen rozengeur en maneschijn, maar het is wel gelukt! Daar ben ik enorm trots op.”
Golfen als qualitytime
Als ondernemer merkte Mark dat het contact met zijn ouders soms minder frequent werd, omdat hij een enorm volle agenda had. In de corona-periode ging Mark daarom op zoek naar een manier om qualitytime met zijn vader te hebben. Na verschillende ideeën, bleef het idee om te gaan golfen hangen. “We haalden samen onze baanpermissie in een weekend in Amsterdam. En vanaf dat moment zijn we beiden gaan golfen op Hooge Graven. Ik vind het als ondernemer van belang om soms ook wat te kunnen doen voor de sportclubs in de omgeving. Dat was één van de redenen om lid te worden van de businessclub.” Maar heel vaak zien we Mark niet op onze businessclubevents… hoe kan dat dan? “Ja laat ik maar eerlijk zijn: mijn agenda blijft constant volstromen en ik ben een lekker weer golfer…. Maar, ik beloof dat ik er snel weer bij ben!”
De Barones in Dalfsen
Dat die agenda maar vol blijft stromen is niet zo gek, als je bedenkt dat Mark sindskort met zijn vrouw restaurant “De Barones” in Dalfsen heeft overgenomen. Was hij nog niet druk genoeg?
“De bakkerijen liepen allemaal als geolied en ik was toe aan een nieuwe uitdaging. De overname van De Barones kwam op ons pad en daar hebben we ons vorig jaar op gestort.”
Vanaf afgelopen 1 maart hebben Mark en zijn vrouw het concept van het restaurant op de kop gegooid. Wij serveren geen 3 gangen diner meer, maar er worden tapas geserveerd onder de noemer “Borrels & Bites”. En de broodjes die worden geserveerd bij de aioli? Die komen uiteraard uit de bakkerij van Van der Most.
Voedselverspilling is geen optie
Tijdens ons gesprek komen we op het onderwerp “voedselverspilling”, want in een bedrijf met 6 verkooppunten, kan het niet zo zijn dat er aan het eind van de dag nooit wat overblijft. Hoe gaat Mark daar mee om? “We werken met een systeem waarin dagelijks analyses worden gemaakt van inkoop en verkoop. Zo kunnen we onze winkels inrichten op de behoefte van die periode. Het is ons streven om aan het eind van de dag niet meer dan 8% van de producten “over” te houden.”
Mark vertelt dat deze 8% uiteraard niet de prullenbak in gaat. “Een gedeelte wordt verkocht via de “Too Good to Go” app en andere producten gaan naar de voedselbank. Alles wat daarna nog overblijft, gaat naar een boer die het gebruikt als veevoer.”
Als we samen richting de deur lopen, vraag ik Mark of ik hem binnenkort nog zie op de golfbaan. “Ik zal eens in de agenda kijken of ik binnenkort mee kan doen met een businessclubwedstrijd. En anders zie je me op 3 juni! Ik lever de krentenbolletjes voor alle lopers van de avondvierdaagse die op de eerste avond over de golfbaan komen!”