Wessel Buning over het familiebedrijf, de trots van opa en zijn liefde voor het spel
Een grote foto van opa
Loop je het kantoor van Buning Wegenbouw binnen, dan kun je er niet omheen: een grote foto van Wessels opa Egbert. “Het lijkt misschien alsof hij is overleden,” grinnikt Wessel, “maar opa is alive and kicking hoor – 88 inmiddels.” Egbert Buning begon het bedrijf in 1968 als zelfstandig stratenmaker. Zijn eerste klus? Voor de gemeente Ruinerwold, betaald per meter. Met blote handen, een rechte rug en een flinke dosis doorzettingsvermogen legde hij de basis voor wat nu een bloeiend bedrijf is.
“Hij heeft nooit last gehad van zijn rug of knieën,” vertelt Wessel bewonderend. “En iedere zaterdag rijdt hij samen met oma nog even langs een project waar wij aan het werk zijn.” Dat ze trots zijn op hun kleinzonen en het bedrijf dat hun naam draagt, is zacht uitgedrukt. Zelfs het logo van Buning Wegenbouw herinnert aan opa’s naam: de E en de B staan voor Egbert Buning.
Geen privileges, wel principes
Wessel en zijn neef zijn de derde generatie in het familiebedrijf, al was het pad ernaartoe niet helemaal recht. “Ik begon met een sportopleiding, maar daar maakte ik een potje van. Ik was vaker op het werk dan op school.” Toch bleek dat geen straf: “Ik vond het werk eigenlijk hartstikke mooi.” Vanaf zijn vijftiende werkte hij al veel mee, vaak als stratenmaker. “Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik ‘het zoontje van’ was. Ik werkte net zo hard als de rest.”
Na een korte omweg koos hij alsnog voor de infra-kant, deed een opleiding tot hoofduitvoerder, en leerde het vak van onderop. Eerst drie jaar vol op straat, inmiddels vooral op kantoor of op pad. “Ik zit veel in de auto, regel projecten, maak offertes en doe locatiebezoeken. Het fysieke werk mis ik soms wel — toen kon ik mijn hoofd leegmaken. Op kantoor is het eerder andersom.”
Een familiebedrijf met ca. 50 mensen en veel machines
Met ca. 50 mensen en veel machines voelt Buning Wegenbouw voor Wessel als een grote familie. Hij staat iedere ochtend om 5.15 -5.30 uur op en zorgt dat de koffie rond 6.00 uur klaar staat op de zaak. “Ik wil het goede voorbeeld geven. Tussen 6 en half 7 stroomt iedereen binnen, rond 7 uur is iedereen op locatie.” De opdrachtgevers zijn voornamelijk gemeentes, bedrijven én particulieren. “Eigenlijk van alles wat.”
Dat harde werken zit er al generaties in. Zijn vader Rik nam het bedrijf samen met broer Egbert over op 26-jarige leeftijd. “Rik als aannemer en zijn broer regelde alles op kantoor,” zegt Wessel lachend. Inmiddels werkt zijn vader nog altijd volop mee, maar houdt hij de woensdagmiddag vrij voor golf — en soms een andere dagdeel in de week als oppas voor zijn kleinzoon Mick, Wessels grootste trots.
De mooiste projecten, de hardste wereld
Wessel is trots op veel projecten, maar 1 springt eruit? “Huis voor Sport en Cultuur in Zuidwolde. Daar deden we echt alles: “asfalt, stoepen, parkeerplaatsen en groenaanleg.” Inmiddels is het bijna onmogelijk om ergens in de regio te rijden zonder om de paar honderd meter een project van Buning tegen te komen.
Over de wegenbouw zegt hij: “Het is een harde wereld, grote bekken, maar goudeerlijk en recht door zee. Daar moet je tegen kunnen.” En wat als het familiebedrijf er niet was geweest? Hij denkt diep na. “Mensen begeleiden, met problemen helpen… dat lijkt me mooi. Maar ik kan niet in de sales.”
Golf als ontspanning en connectie
Vader Rik werd op zijn 45e door zijn maatje Jan Traanman aangestoken met het golfvirus. Een starterspakket leidde tot wekelijkse rondjes. Al snel raakte ook Wessel enthousiast. “Ik begon met een half jaar pitch en putt — mijn korte spel heeft daar nog steeds profijt van. Daarna de grote baan op. Lange drives slaan, daar geniet ik van.”
Hij golft nu vier jaar en heeft zijn vaste golfavond op woensdag met zijn maat Jarron. “18 holes in de zomer, trainen in de winter op de Trackman.” Buning Wegenbouw sponsorde zelfs een Trackmanscherm én een grote trainingsspiegel.
En die ene dag waarop alles klopte? “Vorige week liep ik een rondje 77 op Hooge Graven. Alles kwam samen. Magisch.”
De derde generatie in zicht
Het uiteindelijke doel is duidelijk: samen met zijn neef het bedrijf overnemen en zo de derde generatie Buning voortzetten. Met opa als trotse toeschouwer, zijn vader en oom als betrokken mentoren en Wessel en neef Egbert als nuchtere, hardwerkende opvolgers lijkt dat een stevig fundament.